Navigation close button

7km Wandeling

“De Voerense Landschapstuin”

Onze ong. 7 km lange ontdekkingstocht start in herberg Moeder de Gans@ in Teuven, en zal u meenemen langs waarschijnlijk voor u nog onbekende plekjes van de Voerstreek.

Uiteraard is het ondoenlijk alles te beschrijven wat u onderweg tegen zult ko­men, een heel boekwerk zou het resultaat zijn. Vandaar dat we ons helaas moe­ten beperken tot de hoofdpunten die hebben geleid tot het prachtige landschap zoals het straks zich voor u zal ontvouwen.

Wilt u meer over dit unieke landschap te weten komen, dan kunt u terecht in het bezoekerscentrum van het VVV de Voerstreek in ‘s-Gravenvoeren.

Let erop, de hele route is beschreven, blijf dus goed lezen anders loopt u net dat ene kleine paadje mis.

Veel succes en wandelplezier !

Bij het verlaten van de herberg gaan we direct linksaf, omhoog, langs de kerk. Tegenover de kerkingang linksaf.

Een straat met acacia’s, de bolacacia’s en een meidoornhaag.

Bij de driesprong, bij het ijzeren veldkruisje, links aanhouden.

We zijn al buiten het dorp en zien om ons heen een landschap dat helaas een heleboel landschapselementen verloren heeft. Onvoorstelbaar dat ongeveer 40 jaren geleden alles om ons heen bedekt was met hoogstamboomgaarden, waar­van we nu hier en daar een restantje zien staan. Nog ongelofelijker is dat nog langer geleden een groot deel van deze helling bedekt was met een dicht helling bos. We gaan naar zo’n restantje toe, helemaal bovenaan de helling.

We passeren een eenzame notenboom, hier ooit neer gezet om de grens van een eigendom te markeren.

Draai u eens om; beneden ons ligt Teuven in het Gulp-dal, met daarachter een prachtig origineel helling bos.

Links zien we in het grasland nog wat restanten van graften (natuurlijke akkerbouw-omwalling), vroeger zwaar begroeid om o.a. de erosie tegen te gaan. De meeste graften zijn ontstaan door toedoen van de boeren in de Middeleeu­wen. Je zou zo’n graft een middeleeuwse akkergrens kunnen noemen. We komen nog fraaiere voorbeelden tegen, later tijdens onze wandeling.

We lopen langs de silo met kuilvoer, waarna het pad wat naar rechts buigt, we blijven almaar het pad volgen.

Aan onze rechterkant staat een groepje essen met twee oude knotwilgen rondom een helaas droge poel. Een overblijfsel van vroeger. Men plantte vaak bomen en  zeker wilgen rondom een poel om de doodsimpele reden dat daardoor de poel meer in de schaduw lag en er dus minder water verdampte.

Het pad buigt weer naar links.

Grappig is dat stukje haag waar men de meidoorn heeft laten doorgroeien, waarschijnlijk om het vee wat beschutting te bieden.

We blijven langzaam stijgen, met rechts een fraai droog dal met zelfs een restant begroeide graft.

Na een paar honderd meter zowaar nog een relict van vroeger, een oude appel­boom,  prachtig versierd met maretak.

Voor ons ligt het doel van het stijgende pad, het Veurs bos op 240 meter hoogte.

Links tussen de bomen zien we iets vreemds in het dal, een soort toren. Het is echter geen toren maar een van de ontluchtingskokers van de spoorwegtunnel. Onder onze voeten ligt de langste tunnel van België, van het Veurs dal naar het Gulp dal, 2008 m. lang. Bovenaan de helling komen we dan eindelijk in het bos.

Niet veel verder splitst de weg, waar we rechts aanhouden.

Kijk eens goed om U heen, dan zien we vrij veel berken en eikenbomen, met als ondergroei varens, de adelaarsvaren. Deze genoemde planten geven aan dat we in arm type bos lopen; we noemen zo’n bos een Eiken-berkenbos. Dit type bos komt alleen op arme grond voor en dat klopt aardig goed in dit geval. We zijn namelijk op het grindniveau; d.w.z. dat ongeveer twee miljoen jaren geleden hier waar we nu lopen rivierwater stroomde, dit stromende water heeft hier zand en grind achter gelaten. Later is dat materiaal weer bedekt met de vruchtbare löss-grond. Juist op de hellingen spoelt die vruchtbare grond omlaag, met als gevolg dat we bovenaan de helling arme grond overhouden, grind met zand, en onderaan de hellingen veel omlaag gespoeld vruchtbare löss zullen aantreffen. Dit verschijnsel, bovenaan de helling arme grond en onderaan de helling rijke grond komen we bijna overal in Limburg tegen.

Aan uw linkerhand vindt u nog een stukje sparrenbos, ooit aangeplant ten be­hoeve van de mijnbouw.

U komt nu bij de verharde weg, (opletten !!) denk aan het verkeer, dus kinderen en honden in de gaten houden.

Bij de slagboom oversteken, het bos in, het palen pad door het bos volgen tot aan de verharde weg, linksaf en verderop voorbij het huis met de telefoonpalen slaat u rechtsaf. Volgt u de telefoonpalen maar door de akker, dat kan niet mis gaan. Rechts van u het Gulpdal.

Na de akker gaan we door de wei tot het volgende hekje en blijven nog steeds de telefoonpalen volgen. Vanuit de wei kijkt U uit op vier quarantaine stallen. Hier moest het transportvee enige tijd verblijven voor de controle op dierziekten toen het dorp ADe Plank@, waar we naar toe lopen, nog een douanekantoor had.

We lopen langs het kleine schooltje, langs het huis met de leilinden en komen dan op de grote weg.

We gaan hier rechts en we zijn weer in het grensplaatsje De Plank. Lopen het dorp in waar we bij de grote 3-sprong rechtsaf gaan en dan vrijwel direct weer links.

We dalen nu het Gulp dal in, lopen langs laagstamboomgaarden en komen in het gehucht Nurop.

Linksaf kunnen we naar het Nederlandse dorp Slenaken, maar wij gaan hier rechtsaf richting Teuven. Blijf almaar deze weg volgen en u komt dan

vanzelf weer uit bij de kerk en dus ook bij Herberg “Moeder de Gans” waar ongetwijfeld een heerlijk glas Belgisch bier op u wacht.