Navigation close button

14km Wandeling

  “De Voerense Landschapstuin”

Onze ong. 14 km lange ontdekkingstocht start in herberg “Moeder de Gans” in Teuven, en zal u meenemen langs waarschijnlijk voor u nog onbekende plekjes van de Voerstreek.

Uiteraard is het ondoenlijk alles te beschrijven wat u onderweg tegen zult komen, een heel boekwerk zou het resultaat zijn. Vandaar dat we ons helaas moeten beperken tot de hoofdpunten die hebben geleid tot het prachtige landschap zoals het straks zich voor u zal ontvouwen.

Wilt u meer over dit unieke landschap te weten komen, dan kunt u terecht in het bezoekerscentrum van het VVV de Voerstreek in ‘s-Gravenvoeren.

Let erop, de hele route is beschreven, blijf dus goed lezen, anders loopt u net dat ene kleine paadje mis.

Veel succes en wandelplezier !

Bij het verlaten van de herberg gaan we direct linksaf, omhoog, langs de kerk. Tegenover de kerkingang linksaf.

Een straat met acacia’s, de bolacacia’s en een meidoornhaag.

Bij de driesprong, bij het ijzeren veldkruisje, links aanhouden.

We zijn al buiten het dorp en zien om ons heen een landschap dat helaas een heleboel landschapselementen verloren heeft. Onvoorstelbaar dat ongeveer 40 jaren geleden alles om ons heen bedekt was met hoogstamboomgaarden, waarvan we nu hier en daar een restantje zien staan. Nog ongelofelijker is dat nog langer geleden een groot deel van deze helling bedekt was met een dicht helling bos. We gaan naar zo’n restantje toe, helemaal bovenaan de helling.

We passeren een eenzame notenboom, hier ooit neer gezet om de grens van een eigendom te markeren.

Draai u eens om; beneden ons ligt Teuven in het Gulp-dal, met daarachter een prachtig origineel helling bos.

Links zien we in het grasland nog wat restanten van graften (natuurlijke akkerbouw-omwalling), vroeger zwaar begroeid om o.a. de erosie tegen te gaan. De meeste graften zijn ontstaan door toedoen van de boeren in de Middeleeuwen. Je zou zo’n graft een middeleeuwse akkergrens kunnen noemen. We komen nog fraaiere voorbeelden tegen, later tijdens onze wandeling.

We lopen langs de silo met kuilvoer, waarna het pad wat naar rechts buigt, we blijven almaar het pad volgen.

Aan onze rechterkant staat een groepje essen met twee oude knotwilgen rondom een helaas droge poel. Een overblijfsel van vroeger. Men plantte vaak bomen en  zeker wilgen rondom een poel om de doodsimpele reden dat daardoor de poel meer in de schaduw lag en er dus minder water verdampte.

Het pad buigt weer naar links.

Grappig is dat stukje haag waar men de meidoorn heeft laten doorgroeien, waarschijnlijk om het vee wat beschutting te bieden.

We blijven langzaam stijgen, met rechts een fraai droog dal met een stukje begroeide graft.

Na een paar honderd meter links zowaar nog een relict van vroeger, een oude appelboom,  prachtig versierd met maretak.

Voor ons ligt het doel van het stijgende pad, het Veurs bos op 240 meter hoogte.

Links tussen de bomen zien we iets vreemds in het dal, een soort toren. Het is echter geen toren maar een van de ontluchtingskokers van de spoorwegtunnel. Onder onze voeten ligt de langste tunnel van België, van het Veurs dal naar het Gulp dal, 2008 m. lang. Bovenaan de helling komen we dan eindelijk in het bos.

Niet veel verder splitst de weg, waar we rechts aanhouden.

Kijk eens goed om u heen, dan zien we vrij veel berken en eikenbomen, met als ondergroei varens, de zgn. adelaarsvaren. Deze genoemde planten geven aan dat we in arm type bos lopen; we noemen zo’n bos een Eiken-berkenbos. Dit type bos komt alleen op arme grond voor en dat klopt aardig goed in dit geval. We zijn namelijk op het grindniveau; d.w.z. dat ongeveer twee miljoen jaren geleden hier waar we nu lopen rivierwater stroomde, dit stromende water heeft hier zand en grind achter gelaten. Later is dat materiaal weer bedekt met de vruchtbare löss-grond. Juist op de hellingen spoelt die vruchtbare grond omlaag, met als gevolg dat we bovenaan de helling arme grond overhouden, grind met zand, en onderaan de hellingen veel omlaag gespoeld vruchtbare löss zullen aantreffen.

Dit verschijnsel, bovenaan de helling arme grond en onderaan de helling rijke grond, komen we bijna overal in Limburg tegen.

Aan uw linkerhand vindt u nog een stukje sparrenbos, ooit aangeplant ten behoeve van de mijnbouw.

U komt nu op de verharde weg, (opletten !!) denk aan het verkeer, dus kinderen en honden in de gaten houden.

Bij de slagboom oversteken, het bos in, het palen pad door het bos volgen tot aan de verharde weg, linksaf en verderop voorbij het huis met de telefoonpalen slaat u rechtsaf. Volgt u de telefoonpalen maar door de akker, dat kan niet mis gaan. Rechts van u het Gulpdal.

Na de akker gaan we door de wei tot het volgende hekje en blijven nog steeds de telefoonpalen volgen. Vanuit de wei kijkt u uit op vier quarantaine stallen. Hier moest het transportvee enige tijd verblijven voor de controle op dierziekten toen het dorp “De Plank” waar we naar toe lopen, nog een douanekantoor had.

We lopen langs het kleine schooltje, langs het huis met een paar leilinden en we bereiken dan de grote weg.

We gaan hier links, daarna de eerste weg rechts. Deze weg blijven we dan volgen. Langs de Boerenboterhoeve.

U merkt: we blijven hoog lopen, d.w.z. dat het helling bos aan onze linkerhand weer van het type eiken-berken is.

Een mooie weg is het, met regelmatig “Hans en Grietjes”-huizen, een poel met de inmiddels bekende wilgen, met een geplante hoogstamboomgaard, maretak in een oude appelboom, we blijven de weg volgen, totdat we bij weer zo’n typerend Voerens silexhuisje komen.

De harde weg gaat hier naar rechts, maar wij gaan rechtdoor, de veldweg in.

De reden dat in de Voerstreek veel met silex of vuursteen werd gebouwd is vrij eenvoudig. Silex ligt hier in overvloed, als een van de restanten van de Krijt zee die hier 70 miljoen jaren geleden het land overspoelde. Het bouwmateriaal ligt dus voor het oprapen. Net zoals de Limburgse klei of löss, daarom dat er ook veel vakwerkhuizen in de streek te vinden zijn, lekker goedkoop en gemakkelijk.

Bovenstaand kunt u mooi zien bij dit huisje. Het woonhuis van silex, met erachter de vakwerkschuur.

WE BLIJVEN DE VELDWEG VOLGEN.

Lopen langs het bos, zien rechts de oude boerderij  “Op de Eiken” liggen, de

weg maakt een draai naar rechts, daarna weer naar links en krijgen we een

magnifiek uitzicht over het Maas dal. Bij helder weer kunt u hier vandaan

Maastricht zien liggen.

Valt het u ook op dat het landschap hier veel kleinschaliger is dan in het

begin van de wandeling. De kleine landschapselementen die zo bepalend zijn

voor een gebied, zijn hier ruimschoots aanwezig.

Op een gegeven moment gaat het pad sterker dalen en zien we daar weer de bekende berken en nog leuker vingerhoedskruid. Een mooier bewijs van arme grond kunt u niet krijgen. Vingerhoedskruid noemen we ook wel een kapvlakteplant, hetgeen aangeeft dat hier een aantal bomen gekapt zijn, waardoor het kruid zijn kans schoon ziet om te groeien. We komen in een holle weg en zien andere vegetatie verschijnen, de grond wordt duidelijk rijker. Dat komt door die omlaag gespoelde Limburgse klei, weet u nog wel? Speenkruid en aronskelken verschijnen. Heel leuk, halverwege de helling lopen we ineens door de kalk. Door het afspoelen van de löss is hier de oude kalklaag aan het licht gekomen. Dat geldt voor heel dit gebied. Altijd halverwege de helling vinden we dag zomende kalk.

OP DE VERHARDE WEG GAAN WE LINKSAF,  LOPEN LANGS DE BOOM-KAPEL EN DAN DIRECT WEER LINKS EEN VELDWEG IN.

Deze weg heeft de toepasselijke naam “Waterweg”. De reden hiervoor zult u beneden wel ontdekken. Op deze oude holle weg zie je de rijke flora helemaal tot uiting komen. Ontelbare aronskelken, muskuskruid, bos rank, wilde salie, de Limburgse kers, hazelaar en de kornoelje. Kortom, een schitterend plaatje.

Ook hier weer halverwege de helling kalk aan de oppervlakte en dan ineens lopen we in het water. De eerste bron heeft zich aangediend, en al lopende zien we overal het water uit de grond borrelen, het wordt een hele beek. Helemaal beneden zien we een grote bron. Enkele jaren geleden haalde de dorpelingen hier nog hun drinkwater, nu is helaas het nitraatgehalte in het water teveel gestegen, dus ONDRINKBAAR!!!

U ziet, de milieuproblemen zijn zelfs hier doorgedrongen. Als we ons allen aan de regels houden, bestaat de kans dat in de komende jaren het nitraatgehalte weer zal dalen en dus het water weer drinkbaar zal zijn. We moeten positief blijven.

OP DE WEG LINKSAF, WE ZIJN NU IN St. MARTENS-VOEREN.

HET BEEKJE LINKS VAN DE WEG HEET DE “VEURS” DAT ACHTER DE KERK IN DE VOER UITMONDT. WE PASSEREN HET  “VELTMANSHUIS” (Cultureel Centrum) EN NEMEN DAARNA DE EERSTE WEG RECHTS.  BIJ HET KRUISJE VAN BRIGADIER LESCRENIER RECHTS AANHOUDEN, OMHOOG DUS,  HET DAL WEER UIT. DE VERHARDE WEG BUIGT NA 100 M. NAAR RECHTS, ECHTER WIJ GAAN RECHTDOOR, HET BOSPAD IN EN BLIJVEN DUS STIJGEN.

Dit wordt een lange stijle helling, verdacht lang kunnen we wel stellen, omdat we de oude oever van de Maas beklimmen. Zo’n 2 miljoen jaar geleden lag achter deze bult de zgn. Oost-Maas. Wat de planten betreft maken we nu het omgekeerde mee van eerder op de wandeling.

De eerste helft van de helling vertoont een rijke plantengroei, terwijl als we straks bovenaan de helling komen, we weer arme plantengroei zullen aantreffen. De reden hiervoor hebben we al eerder uitgelegd.

LET OP: WE BLIJVEN RECHTDOOR GAAN, TOT WE HELEMAAL BOVEN ZIJN, DUS TREK U DUS NIETS AAN VAN DIE KLEINE KRUISENDE PAADJES.

HELEMAAL BOVEN KOMEN WE OP EEN BREED PAD(WEG), WAAR WE LINKSAF GAAN.

Deze weg heeft drie betekenissen. Allereerst is het de top van de oever van de Oost-Maas. We kijken nu dus het Maas dal in, tevens is deze weg de grens tussen België en Nederland en alsof dat nog niet genoeg is, is het ook de oude Romeinse weg, de heirbaan (de heerbaan), richting Aken.

DE WANDELING GAAT VERDER BIJ HET EERSTE PAD LINKS, NA DE MET MEIDOORN OMHEINDE POEL, DAAR IS EEN HEKJE, WE VOLGEN DAN DE DRAAD LANGS DE KNOTBOMEN EN ZIEN DUIDELIJK HET PAD OMLAAG.

Denk trouwens aan het gras van de boer, dus blijf s.v.p. achter elkaar langs de draad lopen. Plat getrapt gras maait zo moeilijk voor de boer.

Beneden in de diepte zien we St. Martensvoeren liggen met zijn grote spoorbrug, gebouwd in de eerste wereldoorlog.

Het pad gaat over in een holle weg, steil omlaag met duidelijke sporen van omlaag stromend water waardoor ook deze holle weg steeds dieper wordt. En dan, u had het misschien al vermoed,  komen we weer bij bronnetjes. De mensen in dat rechter huis hebben daar handig gebruik van gemaakt door het bronwater door hun privé forellenvijver te loodsen.

WE LOPEN DAN LANGS HET BEKENDE KRUIS­JE VAN BRIGADIER LESCRENIER, WAAR­NA WE BIJ DE 3- SPRO­NG RECHTS­AF HET DORP IN GAAN.

Let trouwens even op de kerk, deze ligt op een zgn. Motte, een kunstmatige heuvel. De toren stamt uit de 14e eeuw en is geheel gebouwd van Carboonstenen, stenen van 350 miljoen jaren geleden.

BIJ HET KRUISPUNT IN HET DORP GAAN WE LINKSAF EN BLIJVEN DAN ALMAAR RECHTDOOR GAAN, DUS NIET DE SPOORBRUG ONDERDOOR. DE WEG WORDT BUITEN HET DORP WEER EEN VELDWEG, WE LOPEN DAN LANGS DE SPOORBAAN.

We lopen nu in het Veurs dal met aan onze linker kant het grote helling bos waar we eerder op de wandeling door zijn gelopen.

BIJ DE VERHARDE WEG GAAN WE NAAR LINKS, WE KOMEN DAN IN HET GEHUCHT “KRINDAAL” EN BLIJVEN DE WEG VOLGEN MET EEN MOOI GEZICHT OP DE WIJNGAARD, TOT HET GRENSPLAATSJE  “DE PLANK” .  WE LOPEN HET DORP IN WAAR WE BIJ DE GROTE 3-SPRONG RECHTSAF GAAN EN DAN VRIJWEL DIRECT WEER LINKS..

We dalen nu het Gulpdal in, lopen langs laagstamboomgaarden en komen in het gehucht Nurop.

Linksaf kunnen we naar het Nederlandse dorpje Slenaken, maar wij gaan hier rechtsaf richting Teuven.  Blijf almaar deze weg volgen en u komt dan vanzelf weer uit bij de kerk en dus ook bij Herberg “Moeder de Gans” waar ongetwijfeld een heerlijk glas Belgisch bier op u wacht.